Dag 24
14 augustus 2017
Vandaag een dag uit duizenden. Zo begon het overigens niet. Althans niet bij het wandelen. Ik had eerst op de camping nog een croissant EN een pain au chocolat verorberd met een potje thee erbij. Een goede bodem om lekker op te vertrekken. Bij het uitlopen van Liverdun ( het is echt met een u terwij ik eerder abusivelijk een o heb gebruikt. Mea culpa!) loop je dan langs het oude kanaal Marne Rhin. Ze hebben daar indertijd onder Liverdun een tunnel gegraven en het is leuk dat je dan kan zien waar dat traject was. Verder is er geen enkel historisch besef hier en er rest dus alleen griebus.
Tja en dan. Misschien kennen jullie dat raadsel waar de vraag is waarom er drie miljoen zaad cellen nodig zijn om 1 eicel te bevruchten. Het antwoord luidt dat die zaadcellen het vertikken de weg te vragen. De moraal is : hoedt u voor mannen die de weg weten en vooral voor mannen die denken dat ze de weg (beter) weten. Mieke weet er alles van en ook vandaag was ik eigenwijs en heb zodoende 4 kilometer omgelopen. En echt volledig mijn eigen stomme schuld. Grrrrrrrr.....
Ik ben langs een geweldig mooie bosweg gegaan met bloemen aan allebei de kanten. En verder een hele horde vlinders. Prachtig allemaal. Daarna een nauw bospad, waarvan ik na een klein uurtje dacht: zo nu even weer een leuk uitzicht. Welaan, dat kwam. Het leek ineens of de hele wereld voor mijn voeten lag. Echt prachtig. Ik moet dan stilstaan en me zo'n uitzicht eens goed indrinken.
Het was warm vandaag en ik had te weinig water. In een dorpje vroeg ik twee dames ( moeder en dochter) of er ergens een benzinepomp was waar ik mijn fles kon vullen. Het eind van het liedje was dat ik een plastic fles water kreeg en dat mijn veldfles werd gevuld en daarna werd me gevraagd of ik verder nog wat nodig had. Waar heb ik al die vriendelijkheid toch aan te danken. Het is hartverwarmend.
Deze streek is leeg qua campings en overnachtigsgelegenheden. Ik moest dus tobben. In een chambre d' hote was er geen plaats meer, maar hij wilde me wel accepteren met een tentje. Ik moest daarvoor wel bijna 3 kilometer omlopen. Maar goed dat is het lot van de wandelaar. Niet alles ligt direct op de route en dan wordt het lastig zo te voet.
Eenmaal aangekomen werd ik buiten op een bank gezet en er werden biertjes aangerukt. Er ontspon zich een levendig gesprek oa over biologisch boeren en na twee uur bleek er 1 gast niet aangekomen. Ik heb die kamer nu. Ik zit dit te typen zittend op een hemelbed met een soort bamboe ovrspanning en met aan de muur schilderijen van olifanten voor de sfeer.
Ik moet nog wel even een boterhammetje naar binnen snacken. Want gegeten heb ik nog niet.
Morgen verder. Het is nog bijna 120 kilometer tot de Vogezen en ik hoop daar zaterdag avond te zijn. Ik moet zorgen dat ik wel geniet van de tocht erheen. Anders is het zonde.

je vraagt man,
je weet de weg
maar het is geen vrouw
en dat is pech