GR5 deel II dag 8 Dambach-la-Ville - Orschwiller
11 september 2018 - Orschwiller, Frankrijk
GR5 deel II dag 8 Dambach-la-Ville naar Orschwiller
33.243 stappen voor 21,9 kilometer.
Vandaag neem ik met weemoed afscheid van l’ Alcove de Lours. Sommige chambres d’ hote doen je niks. Andere zijn een thuis. Dit was er een van de laatste categorie En wel een van de hors categorie.
Ook begin je zo’n dag altijd met twijfel. Gaat het vandaag goed komen. Wat gaat het lijf doen.
Welnu over dat laatste. We spreken bij deze af dat ik al die pijntjes, ditjes, datjes, wel-letjes en wee-tjes en verder al het oppervlakkige ongerief verder aan mij voorbij laat gaan. Anders ben ik voortdurend afgeleid door bijzaken en kan ik niet goed genieten.
En vrienden , het is echt genieten geblazen. Zo’ n bos langs de flanken is echt. Het is vol power, het is woest, het is krachtig, het is volledig aanwezig, het pakt je en schut je flink door elkaar, het is echt en uiteindelijk dringt het door tot op je bot. Het is een voorrecht door zo’n bos te mogen lopen en ervan de genieten. Zo dus!
Als je dat dan vergelijkt met hetgeen we rond onze steden als bos betitelen, dan schrik je. Dat is geen bos, maar snelgroeiend hout. Het is vol rot en dood en maakt vreselijk somber. Kijk alleen al naar het Bergse Bos. Wat een prutszooi is dat. Nee, wij stedelingen raken de natuurlijke weg behoorlijk kwijt zo. Ik zou zeggen trek er op uit. En ga eens wat verder weg. De Veluwe , de Achterhoek, het Dwingelder veld ( logeer dan bij ons of zet je tent op bij de Meistershof). Ga de duinen in en laat je heerlijk uitwaaien op het strand ( en kijk dan fijn naar al die boortorens die daar uit de horizon oprijzen. [Sic])! MAAR NEEM GENOEGEN MEER MET DAT ARMZALIGE SURROGAAT DAT DE GEMEENTES JE ALS bos VOORSCHOTELEN.
Zo dat lucht op.
Ik heb nog teruggedacht aan mijn gefiets van gisteren. Ik ben altijd panisch geweest van fietsen in Frankrijk. Veel te gevaarlijk, dacht ik altijd. Maar er is hier veel gebeurd. Fietspaden, betere verkeerssituaties en alles is nu een stuk veiliger. En net toen ik dacht mijn mening te moeten bijstellen, schoot er op een D weg in volle vaart een wapperend peroxide hoofd in haar veel te dure badkuip op wielen langs met zo’ n vaart en zo dichtbij dat door de zuiging mijn handsvat van ‘t stuur getrokken werd.
En hoewel de doorsnee automobilist veel ruimte geeft en uiterste consideratie heeft, heb je er meer een nodig en je ligt voor wrak in de berm. Ik hoef mijn mening dus niet bij te stellen. Gelukkig maar!
Alweer een glorieuze dag. Vanmorgen omhoog gelopen naar het Chateau de Bernstein. Een relatief klein, maar fraai kasteel. Je kunt er in, maar met gevaar voor eigen leven. Dat heb ik dus gewaagd. Ik heb helemaal de toren opgelopen. De tijd dat dat in Frankrijk met doodsgevaar moest, ligt achter ons. Maar het was ten dele wel aardedonker en de trap was behoorlijk steil. De beloning groot! Wat een schitterend uitzicht.
Dan verder door een prachtig bos ( zie mijn vorig betoog). Ik zou haast moeten gaan zeggen door een prachtig bis ipv bos. Het blijft een pracht en een grote vreugde. Wij zijn niet voor niets naast dat prachtige Dwingelderveld neergestreken.
Dan rond Chatenois zo’n vies,afgetrapt slap aftreksel van een surrogaat bos. Snelle groeiers, veel dood spul, grondwoekeraars, brandnetels. Het is zo verschrikkelijk armoedig.
Maar dan door Chatenois zelf. Ah, Anton Pieck op zijn mooist. Een prachtig klein peperkoekenhuis van Hans en Grietje. En nog veel meer pr@chtigs. Ik koop twee energie drankjes. Je weet wel, van die drankjes waar de hele chemische industrie haar spul instopt. Maar ze waren koud en ik dacht dat ik wel wat mineralen en zouten kom gebruiken. Ik heb al heel wat verstookt.
En dan een keuze. Of dwars door de wijngaarden en dan in 4,1 kilometer in Orschwiller aankomen, waar mijn kamer wacht. Of de GR5 volgen en nog zo’n 11,5 kilometer onder de voeten door laten lopen. Ik geef toe, ik was even zwak. Maar gelukkig won de purist in mij deze strijd glansrijk. En de beloning was daar. . . . weer zo’n bos!
Maar dan in Wick een soort apenheul. Daar waar mensen en apen zich over elkaar kunnen verbazen. En hemel, wat een dapen. Ze zeulen zich van hun auto wel 150 meter naar de ingang van het park. Maar gelukkig is er op 2/3e een terras en drank en ijs. Daar zeult men zich dan verveeld heen en zeigt teneder. Ik was daarvan zo in de contramine dat ik, ondanks erge trek, GEEN ijsje genomen heb!
Aan de andere kant moeten die mensen wel gedacht hebben. Die is GEK! Bij deze hitte, het was vandaag bijna 30 graden, met die rugzak, en kijk die twee malle stokken en heb je die rare schaamlap op zijn hoofd gezien. Nou mij niet gezien. Ik neem nog een ijsje. Jullie ook? en willen jullie er nog een cola bij.
Tja..........
En malle stokken????? Zeker niet. Het zijn mijn trouwe metgezellen. Rechts heb ik mijn wandelstok. Hij heet Leki, althans dat staat op zijn steel. Ik heb mijn stokken niet vernoemd. Zooo gek ben ik dan ook weer niet. De wandelstok wordt bij elke linkerpas ingezet. Dus als ik bijv. 30.000 stappen heb genomen is mijn wandelstok 15.000 keer neergezet.
In de linkerhand heb ik mijn staf. Gewoon van hout. Die heb ik tijdens mijn eerste tocht op de 3e dag uit het bos geraapt en op maat gemaakt. Er zit een rubber dop op om teveel lawaai op de gewone straat tegen te gaan.
Die staf ( ook naamloos) is van eminent belang. Als het easy going is, dan zwaai ik de staf met zwier en elegance. Dat geeft cachet! Maar when the going gets touch and the tough get going, ja dan komt de staf erbij als een soort tandrad voor een tandradbaan. Dan is het zwieren en zwaaien voorbij en komt de ware aard naar boven. Dan doen beide, staf en wandelstok, dienst als extra drukpunt in het voortgaan. Dan stijg je als het ware op vier benen. En bij het dalen, is vooral de staf ommisbaar als steun en evenwichtspunt en als afremmer.
Tja, dat hadden jullie nooit gedacht he. Dat je zo verschrikkelijk veel hebt aan twee zo onopvallende attributen.
Dus laat ze lekker lachten. (W)eten zij veel!

Welterusten en een mooie nieuwe dag toegewenst 😀